Gedragsprotocol

Deel 1

De gedragscode van SPOM met de kapstokregels van de Wijzer

Achtergrond van de gedragscode van SPOM:
Je thuis voelen op school is een belangrijke basisvoorwaarde om als leerling het maximale uit je schooltijd te halen en als leerkracht met plezier je werk te doen. Leerlingen, ouders/verzorgers en medewerkers (en alle personen die onder verantwoordelijkheid van de school activiteiten uitvoeren, dus ook stagiaires, leesouders en vrijwilligers) zich thuis laten voelen op school is de geest, waarin deze gedragscode is ontstaan. Ouders begeleiden hun kinderen volgens hun eigen normen en waarden en kiezen een school, die daar zo goed mogelijk bij past. Het team, de leerlingen en indirect ook de ouders/verzorgers dragen op hun eigen manier bij aan een prettig en veilig schoolklimaat. De meeste omgangsvormen spreken daarbij voor zich en zijn diep geworteld in een cultuur van ongeschreven regels.

Een dialoog is in beginsel de eerste stap bij vermeende schending van deze gedragscode. Wederzijds respect en onderling vertrouwen kunnen verdiept worden, als er ruimte blijft voor een open communicatie. De gedragscode wordt jaarlijks in het team besproken aan het begin van het schooljaar. Ieder jaar bespreekt de leerkracht de gedragscode op de eerste ouderavond met de ouders zodat de verwachtingen over ten weer duidelijk zijn. Daarnaast worden de kinderen aan het begin van het schooljaar op de hoogte gebracht van de voor hun leeftijdsgroep belangrijke regels en afspraken.

Een vertaling van de gedragscode van SPOM naar de kapstokregels op de Wijzer:

Bescherming van persoonsgegevens
Er wordt gehandeld conform de Wet Bescherming Persoonsgegevens. Deze regeling is uitgewerkt in het personeelsdossier en het leerlingendossier.

Het gebruik van informatie en communicatie technologie
Informatie en Communicatie Technologie (ICT) is de laatste jaren op de SPOM-scholen sterk gegroeid en alledaags gemeengoed geworden. Met de opkomst van Social Media zal dit alleen maar toenemen bij zowel personeel als kinderen. Ter voorkoming van oneigenlijk gebruik van ICT hebben we specifieke afspraken gemaakt met betrekking tot o.a. : Social media, Beveiliging Persoonlijke Gegevens en mobiele telefoons.

Het voorkomen van pesten en misbruik social media
Pesten (waaronder ook digitaal pesten en misbruik sociale media) is een vorm van mishandeling tussen kinderen en/of volwassenen onderling. Bij pesten (daar waar pesten wordt genoemd, lees ook misbruik social media) is er een duidelijke slachtofferrol en een daderrol. Pesten is zeer slecht voor de emotionele ontwikkeling van het slachtoffer. Pesten is ook slecht voor de pester, want hij/zij ontwikkelt een manier van omgaan met mensen die niet bevorderlijk is voor zijn/haar maatschappelijke ontwikkeling.

Van groot belang bij de aanpak van het pesten op school, is dat alle betrokkenen pesten als een bedreiging zien en bereid zijn het samen te voorkomen en te bestrijden. De SPOM scholen beschikken ieder over een eigen pestprotocol dat afgeleid is van het Nationale Pestprotocol, en besteden in preventieve zin aandacht aan pesten. Leerlingen en medewerkers dienen te weten wat pesten eigenlijk is, welke gevolgen dit voor een slachtoffer heeft en hoe je weerbaarder wordt tegen pestgedrag van anderen.

Van iedere SPOM medewerker wordt verwacht dat hij of zij pesten probeert te voorkomen en bij constatering zal bestrijden.

• Het onderwijzend personeel (OP) maakt de leerlingen duidelijk dat het signaleren van pesten doorgegeven moet worden. Dit valt niet onder klikken!
• Medewerkers en leerlingen noemen anderen niet met een bijnaam, die als kwetsend kan worden ervaren.
• Medewerkers en leerlingen maken geen negatieve opmerkingen over kleding of uiterlijk.
• De leerkracht werkt aan positieve groepsvorming door: -respect te tonen voor elkaars mogelijkheden en beperkingen; samen te werken en elkaar te helpen; niemand buiten te sluiten; ruzies uit te praten.
• Medewerkers nemen duidelijk stelling tegen pesten.
• OP probeert zicht te krijgen op de oorzaak van het pestgedrag en op de mogelijke gevolgen voor het slachtoffer.
• OP probeert het invoelend vermogen van de pester en de zwijgende middengroep te vergroten (als jij nu eens gepest werd … ).
• Het OP zoekt mogelijkheden om de weerbaarheid van de gepeste te vergroten.
• De medewerker informeert collegae en directie over geconstateerd pestgedrag.
• Wanneer het pesten ondanks de inspanningen doorgaat of opnieuw de kop opsteekt, gaat de leerkracht over tot een directe aanpak, welke beschreven staat in het pestprotocol, en zoekt hierbij hulp en advies van de intern begeleider/directeur.

Het voorkomen van agressie, lichamelijk- en verbaal geweld
Binnen de schoolpoorten wordt geen enkele vorm van agressie, lichamelijk en verbaal geweld, zowel door volwassenen als door kinderen, getolereerd. Zowel voor het buitenterrein als het schoolgebouw geldt voor iedereen een verbod op messen en andere voorwerpen die als wapen de persoonlijke veiligheid aan kunnen tasten.

Het voorkomen van racisme en discriminatie
Net als in de samenleving hebben we in de schoolsituatie te maken met groepen en individuen met verschillende gewoonten, (levens)overtuigingen, (seksuele) geaardheid en (zichtbare) fysieke mogelijkheden/handicaps. Voor een goed schoolklimaat vraagt dat van allen die bij onze scholen betrokken zijn om:

• Elkaar gelijkwaardig te behandelen;
• Zich naar elkaar en anderen te onthouden van enige vorm van discriminatie op grond van: geloof, uiterlijk, etnische herkomst, sekse, geaardheid of politieke overtuiging.
• Er op toe te zien dat er in school geen racistische of discriminerende posters, teksten of literatuur voorkomen;
• Elkaar aan te spreken op het gebruik van racistische of discriminerende taal of het aannemen van dito houding;
• Duidelijk afstand te nemen van racistisch of discriminerend gedrag van collega’s, ouders en leerlingen.

Het voorkomen van seksuele intimidatie en seksueel misbruik
• Personeel, ouders en leerlingen onthouden zich van seksistisch taalgebruik en seksueel getinte toespelingen.
• Seksueel getinte gedragingen en/of opmerkingen worden van niemand geaccepteerd en de medewerkers zien erop toe dat dit soort gedragingen ook in de relatie leerling/leerling niet voorkomen.
• Het personeel zorgt ervoor dat binnen de school geen seksueel getinte affiches, tekeningen e.d. worden gebruikt of opgehangen.
• Bij vermoedens van seksueel misbruik van kinderen door een ten behoeve van de school met taken belast persoon is de medewerker wettelijk verplicht om hiervan melding te doen bij het bevoegd gezag. Het bevoegd gezag neemt onverwijld contact op met de vertrouwensinspecteur/politie.

Diefstal, heling en vernieling
Binnen de schoolpoorten wordt geen enkele vorm van diefstal, vernieling en heling zowel door volwassenen als door kinderen getolereerd. De SPOM-medewerkers zien toe op de veiligheid en informeren bij constatering of ernstig vermoeden van diefstal, heling en vernieling de directie van de school, de ouders/verzorgers van de daders en de ouders/verzorgers van het slachtoffer(s)

Het dragen van gepaste schoolkleding
Hoe een medewerker of leerling zich kleedt is in principe een zaak van betrokkene zelf. Onderscheid in de benadering van medewerkers of leerlingen welke te maken heeft met de kleding wijzen wij af. De kledingkeuze dient echter: De vereiste sociale contacten goed mogelijk te maken; Passend te zijn in de context van een leef/werksituatie waar personen vanuit verschillende geloofsovertuigingen samen zijn. Niet te leiden tot gevaarlijke (werk)omstandigheden voor betrokkene zelf of voor anderen.

Schending van deze gedragscode
Als betrokkene bij een SPOM school kunnen we op drie verschillende manieren te maken krijgen met schending van deze gedragscode:
A. we hebben zelf, als medewerker/ouder/leerling, in strijd met deze code gehandeld;
B. we zijn er getuige van hoe een ander in strijd met deze code heeft gehandeld;
C. we ervaren uit tweede hand van een voorval, waarbij deze code mogelijk geschonden is.

In alle drie de gevallen wordt er van ons verwacht dat we dit zo snel mogelijk melden. Zowel ouders, leerlingen als medewerkers kunnen melding maken van schending van de gedragscode c.q. een klacht indienen.

Deel 2

Kinderen op de hoogte brengen van de regels en afspraken In dit hoofdstuk beschrijven we hoe we op de Wijzer omgaan met het bespreken en aanleren van de regels, wat de rol is van de schoolvertrouwenspersonen, hoe we de kinderen weerbaar en zich bewust willen maken van hun eigen gedrag en de invloed daarvan op de ander en tot slot hoe we de sociaal-emotionele ontwikkeling van leerlingen in kaart brengen en volgen.

1. Kinderen op de hoogte brengen van de regels en afspraken:
Elk schooljaar wordt in de eerste weken van het schooljaar (de periode van de zomervakantie tot de herfstvakantie) veel aandacht besteed aan het bespreken van de schoolregels en het inoefenen van de op school gewenste omgangsnormen. Elke leerkracht bespreekt met de kinderen in de groep de kapstokregels en koppelt daar die afspraken uit de SPOM-waaier aan die voor de eigen specifieke leeftijdsgroep van belang is. Er worden voorbeelden gegeven die voor de kinderen te begrijpen zijn en er wordt gesproken op een niveau dat voor alle kinderen van de groep te begrijpen is. De leerkracht heeft daarbij speciale aandacht voor de kinderen in de groep die de Nederlandse taal (nog) niet volledig beheersen en zijn opgegroeid in een andere cultuur. In de loop van het schooljaar worden de regels en afspraken met grote regelmaat herhaald. Daarnaast wordt steeds als zich een incident voordoet terug gegrepen naar de regels en afspraken en het belang je daaraan te houden onderstreept.

2. Kinderen kennis laten maken met de schoolvertrouwenspersonen:
Wij hebben op school twee schoolvertrouwenspersonen. Zij hebben de taak om in gesprek te gaan met kinderen die zich in welke situatie dan ook niet prettig/veilig voelen en die situatie niet willen/kunnen/durven bespreken met hun eigen leerkracht, de intern begeleider of directeur. Zij zullen het kind te woord staan en samen met het kind op zoek te gaan naar een mogelijke oplossing. De namen van de schoolvertrouwenspersonen en het telefoonnummer waarop zij te bereiken zijn worden jaarlijks vermeld in het hoofdstuk ‘praktische zaken’ van de informatieklapper. Voor ouders en teamleden hebben de schoolvertrouwenspersonen dezelfde rol als voor de kinderen. Ook zij kunnen bij hen terecht als zij op school in een situatie terecht zijn gekomen waar zij geen raad mee weten.

3. Kinderen weerbaar en zelfbewust maken:
Op de Wijzer wordt gewerkt met de boeken van Sean Covey om de kinderen zich bewust te maken van hun eigen gedrag, dat van de ander en de onderlinge relatie. De kinderen van groep 1 tot en met 6 gebruiken het prentenboek ‘de 7 eigenschappen van Happy Kids’ en in groep 7 en 8 wordt naast het prentenboek ook het boek ‘Zeven eigenschappen die jou succesvol maken’ gebruikt. De kinderen maken kennis met de dieren (bewoners) van het fictieve land Zeveneik. De verhalen die zijn opgenomen in het prentenboek zijn voor de leerkrachten de basis om met de kinderen in gesprek te gaan over de gekozen thema’s. Door de hele school wordt de vastgestelde lijn gevolg. In alle groepen wordt minimaal 1 keer per week structureel gewerkt aan de sociaal-emotionele ontwikkeling van de kinderen. Hier wordt geen vaste methode voor gebruikt. De leerkrachten maken bij het samenstellen van hun lessen gebruik van de boeken van Sean Covey, andere op school aanwezige methodes en halen lessen van internet.

4. In kaart brengen en volgen van de sociaal-emotionele ontwikkeling:
Om de sociaal-emotionele ontwikkeling van alle kinderen goed in kaart te kunnen brengen en te kunnen volgen maken wij gebruik van het leerlingvolgsysteem Zien! Elk schooljaar in oktober vullen de groepsleerkrachten voor alle leerlingen in hun groep een vragenlijst in. De vragen bestrijken de volgende aandachtsgebieden: betrokkenheid, welbevinden, sociaal initiatief, sociale flexibiliteit, sociale autonomie, impulsbeheersing en inlevingsvermogen. De eerste twee aandachtsgebieden (betrokkenheid en welbevinden) hebben een belangrijke signaalfunctie voor het zetten van verder stappen.

Deel 3

Pestbeleid van de Wijzer
(onderdeel van het gedragsprotocol. Pestbeleid staat als apart item vermeld op de website onder menu begeleiding/pestbeleid)

Dit pestbeleid gaat nadrukkelijk in op de aanpak van pesten. Wij vinden deze negatieve vorm van gedrag en de aanpak die de school in samenspraak met de ouders daarbij hanteert zo belangrijk dat wij dit hebben vastgelegd in een apart pestbeleid.

De volgende onderdelen worden daarbij uitgewerkt:
• Wat verstaan wij onder pesten
• De betrokken partijen
• Plan van aanpak van pesten op onze school
• Praktische adviezen en richtlijnen m.b.t. de communicatie
• De gespreksvormen die wij daarbij hanteren.

De gehele bovenstaande informatie is een verkorte versie van de oorspronkelijke tekst.
De volledige tekst van het gedragsprotocol kunt via onderstaande link downloaden.

Klik hier voor het volledige gedragsprotocol (PDF).